Na ongeveer drie maanden wordt jonge pangasius overgebracht naar grotere groeivijvers. Ze blijven daar tot ze groot en zwaar genoeg zijn. De vijvers zijn rechthoekige bassins van ongeveer 1 hectare groot. Ze zijn drie tot vijf meter diep. De groeivijvers zijn gegraven op het land. De randen zijn minimaal een halve meter hoger dan de waterstand in de rivier. Zo wordt voorkomen dat bij het buiten de oevers treden van de rivier de vijver wordt overstroomd. Elke vijver heeft twee openingen. Eén om water binnen te laten en één om water af te voeren.
Het voeren van pangasius
Pangasius wordt twee keer per dag gevoerd. Het ontbijt ligt tussen 8 en 10 uur 's ochtends en de tweede voerronde vindt plaats tussen 2 en 4 uur 's middags. Pangasius heeft in totaal ongeveer 1,6 kilo voer nodig om uit te groeien tot een vis van 1 kilo.
In de beginfase van de pagnasiuskweek voerden de Vietnamese viskwekers hun vissen met eigengemaakt voer. Vandaag de dag worden de vissen gevoerd met uitgebalanceerde voerkorrels die zijn geproduceerd door gespecialiseerde visvoerproducenten.
Het duurt ongeveer een half jaar voor de pangasius het gewicht van 1 tot 1,2 kilo heeft bereikt. De viskweker kan dan beginnen met het vangen en verwerken van zijn vis (het oogsten).
Vangen en verwerken
Pangasius wordt met netten uit de vijvers gehaald en met speciale boten vervoerd naar het vererkingsbedrijf. De boten hebben grote waterreservoirs aan boord waar ongeveer 20.000 tot 25.000 vissen vrij in kunnen zwemmen. De vissen blijven dus in het water en komen zwemmend aan bij het verwerkende bedrijf.
Volgende